• Document: Hoofdstuk XII. Inlichtingen
  • Size: 334.68 KB
  • Uploaded: 2019-05-17 10:43:44
  • Status: Successfully converted


Some snippets from your converted document:

Hoofdstuk XII Inlichtingen I. Inleiding Alvorens de belangrijkste, in Limburg actieve, landelijke inlich- tingendiensten en de via deze provincie lopende inlichtin- genkanalen te beschrijven, zullen we een globale omschrijving proberen te geven van de begrippen “spionage” en “inlich- tingen”. We zijn ons ervan bewust dat een grens tussen beide vrijwel niet te trekken is, omdat die gekoppeld is aan subjec- tieve en kwalitatieve normen. Spionage, een term uit het oor- logsrecht, wordt meestal in verband gebracht met de krijgskunde of het militair apparaat. Het betreft dan het heimelijk of onder valse voorwendselen verzamelen van militaire en aanverwante gegevens bij een (potentieel) oorlogvoerende met de bedoeling deze gegevens door te geven aan de tegenpartij. Spionage omvat echter meer. Een spion kan los van de militaire context politie- ke, economische, technische of industriële gegevens verzame- len. Vrijwel altijd wordt daarbij uit geheime, gesloten bron geput. Rond spionage hangt een romantische zweem, maar tevens heeft het begrip een negatieve bijklank. De spion begun- stigt immers een buitenlandse mogendheid of een concurrerende instelling. Een verzetsorganisatie in bezet Nederland die zich toelegde op het verzamelen van gegevens ten behoeve van de Nederlandse regering in Londen en/of de geallieerden werd door de Duitsers steevast als spionage-organisatie aangemerkt. Wel- licht kozen de betroffenen mede daarom voor het minder bela- den begrip inlichtingen. Hoewel de begrippen inlichtingen en spionage in de literatuur over de Tweede Wereldoorlog vaak door elkaar worden ge- bruikt, moet de term “inlichtingen” ruimer worden geïnterpre- teerd. Het verzamelen van inlichtingen hoeft er niet op gericht te zijn de opponent te schaden. Het kan bijvoorbeeld uitsluitend de bedoeling zijn de eigen partij zo goed mogelijk op de hoogte 1105 te houden van de algemene (binnenlandse) situatie en ontwikkelingen. Op de tweede plaats put de verzamelaar van inlichtingen in mindere mate dan de spion uit gesloten bron. Gegevens over de infrastructuur, de terreingesteldheid, het weer en zelfs militaire activiteiten kunnen vrij eenvoudig worden verkregen. Hetzelfde geldt voor het vergaren van inlichtingen op politiek, economisch, bestuurlijk-ambtelijk, technisch en sociaal gebied voorzover die afkomstig zijn uit open bronnen zoals boeken, tijdschriften, algemeen toegankelijke informatie en waarnemingen. Dat met name in een situatie van oorlog en onderdrukking soms naar ongeoorloofde middelen als folteringen wordt gegrepen om de gewenste informatie te verkrijgen, hoeft geen betoog. Hier- van is, voor zover bekend, door de in Nederland actieve inlichtingenorganisaties niet of slechts sporadisch gebruik gemaakt. 1 In Nederland bestonden in de eerste bezettingsjaren nauwelijks gespecialiseerde inlichtingendiensten. Het inlichtingenwerk maakte, mede door een chronisch gebrek aan goede verbindin- gen, bijna altijd deel uit van ander verzetswerk. Van een schei- ding tussen spionage en inlichtingen was al helemaal geen sprake. Bovendien zat er door een onprofessionele aanpak (het ontbrak aan ervaring, ook al omdat Nederland in de Eerste Wereldoorlog neutraal was gebleven) naar verhouding veel onbetrouwbaar, ongecoördineerd, subjectief geïnterpreteerd en ondeskundig behandeld materiaal tussen, waar men in Engeland weinig mee kon doen. 2 Wat hiervan het gevolg was, kon men vrijwel dagelijks horen via Radio Oranje. Daar was sprake van een ontoereikende kennis over de toestand in bezet gebied. De boven Nederland gedropte geheime agenten dreigden er soms zelfs het slachtoffer van te worden. Hun persoonsbewijs deugde niet en het meegenomen vooroorlogs geld was inmiddels uit de roulatie genomen. Tot overmaat van ramp slaagden de Duitsers er tussen maart 1942 en begin 1944 met hun “Englandspiel” in de moeizaam tot stand gekomen verbinding ten eigen nutte aan te wenden en diverse verzetsgroepen uit te schakelen of vleugel- lam te maken. Pas in 1944, na grondige reorganisaties in Eng- 1106 eland en in Nederland, kwamen de illegale inlichtingendiensten tot bloei. In dit hoofdstuk zullen we uitsluitend spreken van inlichtingen(diensten) aangezien de verzamelde en aan de in Engeland gevestigde diensten aangeboden informatie altijd meer omvatte dan spionagegegevens. In een omvangrijke studie als de onderhavige, waarin diverse verzetsorganisaties los van elkaar of in onderlinge samenhang besproken worden, is het onvermijdelijk dat een deel van het inlichtingenwerk, voorzover deze organisaties het tot hun werk- terrein rekenden, elders beschreven wordt. Aangezien in dit hoofdstuk nader wordt ingegaan op de exclusieve inlichtingen- diensten en -kanalen, zullen we voor de volledigheid een korte opsomming geven van het elders behandelde inlichtingenwerk en van het inlichtingenwerk waarover ons weinig gegevens ter beschikking staan en waarvan het belang moeilijk is aan te geven. - Tot de groep-Erkens (hoofdstuk II, paragraaf I) behoorde e

Recently converted files (publicly available):